Het onderzoek naar broedende roofvogels in de Hoeksche Waard is begonnen in 1998. Er wordt al veel langer een jaarlijkse wintertelling gedaan (door de gehele vogelwerkgroep), waarbij dus zowel "onze" roofvogels als de overwinterende gasten uit het noorden geteld worden. 2000 - 2006
In september 2000 is het gebied gesplitst in 2 deelgebieden: "West" en "Oost", met de snelweg de A29 als gebiedsgrens. Vanaf dat moment is de onderzoeks methode in het deelgebied Oost langzaam maar drastisch gewijzigd van "territoriumkartering" naar "territorium- en nest kartering inclusief controles van de nest inhoud" (deze methodes zijn benoemd en omschreven in "Handleiding veldonderzoek Roofvogels" van Rob Bijlsma 1998). Deelgebied West handhaafde de territoriumkartering methode tot in 2002 daarna stopte helaas het onderzoek.
Vanaf 2001 is de methode voor buizerd, havik, sperwer, boomvalk, gelijk gebleven maar met een toenemende intensiteit en resultaat. Vanaf 2003 zijn de torenvalknesten geinspecteerd met behulp van een webcam zodat ook daar een compleet beeld is ontstaan. Bij de bruine kiekedieven werd er niet naar nesten gezocht en dus vrijwel alleen op afstand waargenomen.
Gecorrigeerd voor de Hoeksche Waard Oost leverde dat de volgende aantallen op:
2000 2001 2002 2003 2004 2005 2006 Buizerd 17 14 26 35 37 37 46 Havik 2 6 5 6 8 6 8 Sperwer 3 6 5 9 13 12 9 Boomvalk 3 2 2 3 4 4 5 Bruine kiekendief 11 14 15 17 19 - - Torenvalk 22 20 19 18 16 19 9 Slechtvalk - - - 1 1 1 1
Voor alle duidelijkheid: het gaat hier om territoria: niet alle vogels doen elk jaar een broedpoging en niet elke broedpoging slaagt (levert uitgevlogen jongen op).